›› Home ›› Nieuws

Breaking: Senaat stemt voor het eerst de eigen afschaffing

3 april 2026

Na jaren trekken en sleuren, en na jaren keihard werken om alles voor te bereiden en politieke steun te zoeken, hebben we vandaag een ruime meerderheid van twee derde van de Senatoren gevonden die voor de afschaffing van de Senaat hebben gestemd. Lees hier mijn integrale tussenkomst. 

-------------

Collega's,

Op 15 december 1830, na twee dagen van verhitte debatten, werd de Senaat opgericht door het Nationaal Congres met 128 voor en 62 tegenstemmen. 

Zelfs bij de geboorte van deze instelling was er twijfel. Zelfs toen al moest men vechten om voldoende stemmen bij elkaar te krijgen. De Senaat is begonnen met een identiteitscrisis, en die crisis is nooit opgelost.

De belangrijkste redenen van het voor-kamp waren:

De Franse koning niet schofferen door te veel macht aan het volk te geven. Want stel u voor dat het volk zich zou moeien met het bestuur van het land. Dat het volk medezeggenschap zou eisen. Hoe vulgair.
De al te progressieve wetten uit de Kamer tegenhouden. Want verandering, collega's, verandering was toen al het grote gevaar. Men had een rem nodig. Een noodrem op de democratie.
En een bemiddelaar voor conflicten tussen de wetgever en Koning Leopold I. Een vorst, laat ons dat niet vergeten, die op dat moment nog niet eens in het land was.

Maar wat vooral niet vergeten mocht worden, was het belang van de bezittende klasse! Zij moesten een eigen assemblee hebben, want — en ik citeer de geest van die tijd — enkel het grootgrondbezit kon de basis vormen van een welvarend land.

Met andere woorden: de Senaat is opgericht om de rijken een veilige zetel te geven van waaruit zij de gewone burger konden corrigeren. Dat is geen karikatuur. Dat is geschiedenis.

Collega's, de oprichtingswijze van deze instelling was een sterk staaltje realpolitik. Het is niks om nostalgisch op terug te kijken. We hoeven geen tranen te plengen bij het graf van een idee dat al dood geboren was.

Het was spijtig genoeg nooit de bedoeling om een sterke pijler van de representatieve democratie te creëren. De Senaat was een compromis. Een pleister op de spanningen van 1830. Een oplossing voor een probleem dat inmiddels twee eeuwen oud is — en dat al minstens honderdvijftig jaar geen probleem meer is.

België is enkel en alleen een bicameraal land omdat dat 200 jaar geleden de enige manier was om het volk en de adel te verzoenen. 

En laten we eerlijk zijn: de adel is er al lang niet meer, maar de Senaat draait nog steeds. Als een spooktrein die niemand heeft durven stilleggen.

Ik zal niet ontkennen dat opeenvolgende generaties politici goede pogingen hebben gedaan om dat recht te trekken. 

Er is vaak gemorreld aan de samenstelling van de Senaat: provinciale verkozenen, dan gemeenschapssenatoren, de toevoeging van gecoöpteerden en uiteindelijk een deelstaatkamer. Telkens weer een nieuw laagje verf op een muur die al jaren geleden had moeten worden afgebroken.

De bevoegdheden en verwachtingen van dit huis zijn ook vaak gewijzigd. Een matigende werking. Een dialoogplatform. Een reflectiekamer. Een plek voor grote maatschappelijke kwesties. Een federalistisch instrument.

Klinkt het jullie ook zo bekend in de oren? Al die grote woorden? Die hebben we elke tien jaar bovengehaald, telkens wanneer iemand het waagde de vraag te stellen: "Waarvoor dient dit eigenlijk?"

Keer op keer een manier om de discussie over de zin van de Senaat stil te leggen. Keer op keer een nieuwe start, een nieuwe kans op relevantie. En keer op keer — laten we ons niks wijsmaken — een manier om uitstel te kopen.

Niemand kan zeggen dat we het niet hebben geprobeerd.

En niemand zal zeggen dat er nooit zinvolle resultaten uit deze assemblee zijn gekomen.

Vrouwenrechten, transgenderrechten, het recht op euthanasie: belangrijke maatschappelijke vooruitgangen waar deze Senaat in het verleden de juiste koers heeft uitgestippeld. Dat erken ik ten volle. En ik zeg dat niet als een voetnoot, ik zeg dat met respect voor iedereen die daar toen zijn schouders onder heeft gezet.

Maar — en dat is het pijnlijke — keer op keer werd één ding zonneklaar: voor al het goede dat hier is gebeurd, kan je al heel lang niet meer ontkennen dat het te weinig is om een volledig aparte federale kamer in stand te houden.

Een wielrenner die om de tien jaar één etappe wint, krijgt ook geen levenslang contract.

In 1993 wist men dat eigenlijk al. De Senaat werd kleiner en minder machtig. Men zei: we hervormen, en dan komt het goed. Het kwam niet goed.

In 2014 wist men dat nog steeds. De Senaat werd nóg kleiner, en hield amper nog bevoegdheden over. Men zei: nu wordt het een reflectiekamer. 

Collega's, ik weet niet hoeveel er hier vandaag gereflecteerd is, maar ik ben vrij zeker dat het Belgisch Staatsblad niet ligt te wachten op onze inzichten.

Elke hervorming was een kleinere versie van hetzelfde probleem. 

Men heeft de Senaat niet hervormd, men heeft hem stelselmatig in een hoek geduwd in de hoop dat niemand het zou merken. Wel, de burger heeft het gemerkt.

Wij zeggen al jaren, als liberalen die geloven in een sterke wetgevende macht die resultaat kan tonen aan de burgers, dat je dan beter de deuren sluit. 

Niet uit cynisme. Niet uit desinteresse. Maar uit respect voor de democratie. Uit respect voor de mensen die verwachten dat hun belastinggeld naar instellingen gaat die functioneren.

De burgers van ons land hebben we daar al lang van kunnen overtuigen.

En eerlijk gezegd: het was niet eens zo moeilijk. Want de burgers stellen een heel eenvoudige vraag: "Wat doet de Senaat?" En als zelfs wij, die hier zitten, daar geen helder antwoord op kunnen geven zonder vijf minuten context en drie voorbehouden, dan is het antwoord duidelijk genoeg.

Jullie weten dat ook. Wat wij hier al jaren vanop de eerste rij voelen — dat de Senaat een doodlopende straat is in plaats van een snelweg naar betere wetten — dat zien de burgers ook.

Zij vragen: schaf het dan af. Focus u op al die andere parlementen, die wél functioneren. Waar we wél voor kunnen stemmen. Waar wél beleid uit komt. Die vraag is niet brutaal. Die vraag is logisch.

In de vorige legislatuur heeft deze Senaat daarom een moedige keuze gemaakt. De keuze om alles voor te bereiden zodat we onszelf zouden kunnen afschaffen.

En laat me daar even bij stilstaan. Want het is makkelijk om dat achteraf te minimaliseren, maar een parlement dat besluit zijn eigen einde voor te bereiden — dat is niet niks. Dat vergt politieke moed. Dat vergt de bereidheid om het algemeen belang boven het eigenbelang te plaatsen. En ik heb hier in deze zaal veel collega's gezien die dat ook effectief hebben gedaan.

Niet iedereen was van in het begin bereid om daaraan mee te werken. Sommigen hadden twijfels. Anderen hadden bezwaren. 

Maar we hebben het toen wél gedaan. En daar ben ik iedereen die betrokken was nog steeds dankbaar voor.

De Grondwet kan herzien worden.

Met twee belangrijke zaken in ogenschouw:

Ten eerste: er wordt en zal gezorgd worden voor het personeel. Zelden heb ik dergelijke knowhow, trots en volharding gezien bij medewerkers. Mensen die dag in dag uit deze instelling draaiende houden met een professionalisme dat menigeen in de privésector jaloers zou maken. Ik ben hen daar dankbaar voor. Ook voor hun flexibiliteit en hun vertrouwen dat ze als één ambtenarenapparaat ook voor de Kamer zullen werken. Zij zijn het beste bewijs dat het niet de mensen zijn die falen, maar het systeem.

Ten tweede: het gebouw. Deze zaal ademt de geschiedenis van ons land. Het is ons erfgoed. Het zal niet verpieteren. Daarvoor kijkt Maria Theresia van Oostenrijk, die dit gebouw liet zetten in 1779, ons te streng aan. Ze heeft zestien kinderen gekregen, dus het is duidelijk dat ze van geen kleintje is vervaard. Als zij het aankon om een imperium te besturen, een dozijn oorlogen te overleven en zestien kinderen groot te brengen, dan kunnen wij het wel aan om één instelling te sluiten.

Maar terug naar vandaag en de realiteit. Op het einde van de vorige legislatuur zijn de grondwetsartikelen voor herziening vatbaar verklaard. Met die realiteit zijn we allemaal in 2024 aan de verkiezingen begonnen. En we hebben de kiezer de keuze gegeven, voor eens en voor altijd.

In ieder partijprogramma stond een toekomstvisie op de Senaat. Ik heb die er allemaal nog eens bijgenomen. En ik kan u zeggen: het was verhelderend leesvoer.

Voor ons was de afschaffing een speerpunt. Dat zal niemand verbazen.

Maar ook Groen, N-VA, les Engagés, Vooruit, Vlaams Belang en cd&v: allemaal hadden ze ondubbelzinnig het einde van de Senaat vooropgesteld. Niet tussen de regels. Niet in een voetnoot. In het partijprogramma. Zwart op wit. Aan de kiezer beloofd.

Het resultaat was een vertaling in het regeerakkoord, waar wij als oppositie heel tevreden over waren. Daarom dienen we dan ook vol overtuiging de voorstellen mee in als oppositiepartij. 

Want als oppositie en meerderheid het ergens over eens zijn, dan moet dat toch betekenen dat het een goed idee is. Of op zijn minst een overduidelijk idee.

Dus zou deze stemming eigenlijk zonneklaar moeten zijn. De tweederdemeerderheid zou eigenlijk een formaliteit moeten zijn. Het zou een keuze moeten zijn die de grenzen van meerderheid en oppositie overstijgt.

We hebben al genoeg parlementen in ons land. We hebben te veel politici. Dat zeg ik als politicus, en ik voel de ironie, maar het maakt het niet minder waar. 

We zitten in budgettair zware tijden, waarbij we serieuze inspanningen vragen van onze bevolking. We vragen mensen om langer te werken, om te besparen, om de buikriem aan te halen. Als we dan de unieke kans hebben om te besparen op onszelf, ons land efficiënter en meer helder te maken, dan is dit toch een evidentie? Dan is dit toch een no-brainer?

Of moeten we de burger in de ogen kijken en zeggen: "Wij vragen u om offers te brengen, maar onze eigen privileges, daar raken we liever niet aan"?

Zelfs na de verkiezingen, in oktober vorig jaar, zei Paul Magnette nog: "Nous soutiendrons la suppression du Sénat."

Dat zijn niet mijn woorden. Dat zijn de woorden van de voorzitter van de PS. De Parti Socialiste. De partij die nu... Ach, ik laat u zelf de conclusie trekken.

Ik was dus heel erg op mijn gemak, een paar maanden geleden. The wheels were in motion. Een heel erg duidelijke meerderheid van meer dan twee derde van dit parlement steunde in woord en daad de afschaffing.

Kan u zich mijn verbazing inbeelden toen er plots met de voeten gesleept werd?

Toen alles plots moest worden uitgesteld?

Toen de agenda plots te krap werd voor iets waarover we al jaren palaveren? 

Voor nieuwe hoorzittingen? Iets wat we vorige legislatuur tot in den treure hebben gedaan, Kamer en Senaat verenigd? 

Hoorzittingen waarvan de conclusies al op tafel liggen? Collega's, op een bepaald moment moet je ophouden met hoorzittingen te organiseren en beginnen met luisteren naar wat de experts al gezegd hebben.

Voor de federale vertegenwoordiging van de Duitstalige gemeenschap? Een terechte vraag, dat wil ik benadrukken. Maar een terechte vraag waarvoor oplossingen bestaan zónder daarvoor de Senaat te behouden. Iedereen in dit halfrond is overtuigd dat de Duitstalige gemeenschap federaal moet vertegenwoordigd worden. Iedereen zal meewerken aan een oplossing, dat is onderhand wel duidelijk. De premier heeft dit maandag nog onverkort bevestigd. De Duitstalige gemeenschap verdient een plaats aan de federale tafel. Maar die tafel hoeft niet de Senaat te zijn. Je bouwt geen heel restaurant voor één tafelgast.

Een andere drogreden is de installatie van een burgerkamer. Ik ben persoonlijk een grote voorstander van deliberatieve democratie. Onze vrienden in de Oostkantons experimenteren al langer met burgerpanels en de resultaten zijn impressionant. Maar collega's, dat argument gebruiken om de Senaat te behouden is zoals zeggen dat je je oude auto moet houden omdat je ooit misschien een caravan wil trekken. Je kan perfect een burgerkamer installeren ná de afschaffing van de Senaat, indien daar de politieke wil voor is.

Ik vind het eigenlijk laakbaar dat de burgerkamers hier "gebruikt" worden als drogreden. Dit is een aanfluiting van de deliberatieve democratie. Het is een misbruik van een mooi concept om een slecht besluit te rechtvaardigen.

 

 

Collega's,

Het is zo klaar als een klontje. 

Vandaag hebben we een clean cut nodig. Een heldere afschaffing. Geen vertragingen, geen semi-oplossingen, geen Senaat 2.0.

Want weet u wat Senaat 2.0 zou zijn? Hetzelfde als Senaat 1.0, maar dan met een nieuw logo en een Instagram-account.

In tweede orde zullen de zogenaamde 'losse eindjes' worden aangepakt. Dit is de beste manier om vooruit te gaan. Dit is de aangewezen manier om komaf te maken met een instituut dat al veel langer moest afgeschaft zijn.

En o ja, ook ik sla een mea culpa. Alvorens jullie met een beschuldigende vinger komen. Mijn partij heeft ook al langer de kans gehad om deze Senaat af te schaffen.

Maar de vorige legislatuur hebben we dan eindelijk de koe bij de horens gevat en de grondwetsartikelen voor herziening vatbaar verklaard. Ik heb daar mijn persoonlijke queeste van gemaakt als Senaatsvoorzitter. Ik heb banbliksems over mij gekregen. 

Maar ik ben nog steeds trots dat we toen een trein in werking hebben gezet. En ik wil uitdrukkelijk de collega's van N-VA danken dat zij het werk verderzetten en ons de mogelijkheid hebben geboden om het voorstel mee in te dienen. Ik hou van deze correcte manier van samenwerken. We zouden dat meer moeten doen in de politiek.

Dus wanneer we over correctheid in de politiek spreken, laat ons dan een kat een kat noemen.

Wie nu nog steeds per se wil tegenstemmen, wie toch straks op de rode knop durft duwen, wees dan ook eerlijk, en zeg waar het écht om draait.

Het gaat om de partijfinanciering. En het politiek personeel dat doorgesluisd wordt naar de partijhoofdkwartieren.

Dáár gaat het om.

Niet om de Duitstalige gemeenschap. Niet om de burgerkamers. Niet om reflectie of dialoog.

De afschaffing van de Senaat gaat over het ontvetten van de staat. 

En ook, collega's, over het ontvetten van onszelf. Van de politiek. Van het systeem dat wij in stand houden. 

Het debat is gevoerd. De feiten liggen op tafel. De wil van de burger is gekend. De partijprogramma's zijn geschreven. De beloften zijn gemaakt.

Wie nu tegenstemt, pleegt kiezersbedrog.

Wie nu tegenstemt, zegt eigenlijk tegen de burger: uw stem telt, maar alleen als het ons uitkomt.

Wie nu tegenstemt, laat een unieke kans schieten om ons land en onze democratie slanker, sterker, en duidelijker te maken. En wie nu tegenstemt, zal dat moeten uitleggen. Niet aan mij. Niet aan deze zaal. Maar aan de mensen thuis.

Voor ons is het duidelijk: de politiek moet anders.

En dat kunnen we vandaag aantonen. Met deze stemming.

Onze stem voor dit voorstel hebben jullie.

Cookies - Uw eerdere toestemming of weigering herzien

Deze website gebruikt Google Tag Manager om analytische cookies en marketing cookies te plaatsen. Dit in functie van optimalisatie en om bezoekersstatistieken te kunnen bijhouden. Meer info

Accepteren       Weigeren