›› Home ›› Vragen-en-tussenkomsten ›› Thema

Oude en historisch waardevolle liften

5 maart 2015

Oude en historisch waardevolle liften vindt men vooral terug in appartementsgebouwen in grote steden, ook in Gent. Deze liften vormen vaak een geheel met het gebouw en hebben vaak een grote esthetische waarde, soms zelfs erfgoedwaarde.

Een KB uit 2003 over de beveiliging van liften zorgt ervoor dat het behoud van ouden en historisch waardevolle liften onder druk komt te staan. Oude – dus ook de historisch waardevolle - maar nog steeds bruikbare liften moeten stelselmatig vervangen worden door een moderne variant. De kosten van deze operatie zijn overigens enorm en lopen op tot 15 000 € per gezin. De eigenaars hebben meestal geen reservefonds opgebouwd voor werken van een dergelijke omvang. De termijnen om de grote moderniseringswerken uit te voeren werden ondertussen verlengd. Uiteraard is dit federale materie, en kan deze discussie over het nut en de noodzaak van dit KB niet op stedelijk niveau gevoerd worden, maar vaststaat dat de vervanging van oude, en vooral historisch waardevolle liften een enorm verlies kan betekenen voor ons onroerend erfgoed.

  • Zijn de historisch waardevolle liften en oude liften (voor 1958) in onze stad in kaart gebracht?
  • Zijn er in onze stad liften die beschermd zijn (in kader van onroerend erfgoed) of die in aanmerking komen om deze beschermingsstatus te krijgen?
  • Zijn er vanuit erfgoedoogpunt gesprekken met de hogere overheden over de problematiek van de oude en historisch waardevolle liften

Stephanie D'Hose
Gemeenteraadslid


Antwoord:

Er bestaat geen aparte inventaris van liften in Gent. De inventaris van bouwkundig erfgoed zelf vermeldt ook niet altijd of er een historische lift aanwezig is in het gebouw. In Gent zijn er in elk geval geen liften apart beschermd als monument. Ze maken soms wel deel uit van een gebouw en zitten zo mee in de bescherming vervat.

We hebben weet van volgende historisch waardevolle liften in beschermde gebouwen in Gent:

  • Parc Residence, Krijgslaan, lift Strobbe;
  • Elektriciteitscentrale Langerbrugge, lift Thierry;
  • Huis Renson, Kortrijksepoortstraat 240, lift Strobbe.

De Europese richtlijn betreffende liften dateert al van 1995. In deze richtlijn werd geen specifieke uitzondering voorzien voor historisch waardevolle liften. Deze Europese richtlijn die de veiligheid van liften wil verbeteren, is destijds omgezet in een Belgisch Koninklijk Besluit van 9 maart 2003 betreffende de beveiliging van liften. De grond van dit besluit is dat eigenaars en beheerders van liften met regelmatige tussenpozen een risicoanalyse van de lift laten uitvoeren. Deze analyse moet gebeuren door een erkende dienst van zodra de lift tien jaar oud is. Naar aanleiding van deze risicoanalyse dienen aanpassingen aan liften te worden uitgevoerd.

Het KB van 9 maart 2003 voorziet ook dat er bij historisch waardevolle liften rekening kan gehouden worden met het advies van de bevoegde diensten voor de bescherming van monumenten en sites. Hiervoor werd er een Commissie Historische Liften opgericht (door Dienst consumentenzaken) met verschillende vertegenwoordigers van externe diensten voor technische controle op de werkplaats (EDTC’s), liftconstructeurs, belangenverenigingen en de bevoegde diensten voor de bescherming van monumenten en sites van de verschillende gemeenschappen. De exacte bevoegdheid en draagwijdte van deze Commissie was echter nooit helemaal duidelijk. Daarenboven was het bestaan van deze Commissie bij veel eigenaars niet gekend, waardoor ze ook niet geconsulteerd werd.

In een KB van 10 december 2012 werden er opnieuw een aantal aanpassingen doorgevoerd die rekening houden met het karakter van historische liften. Een belangrijke wijziging hierin is dat het moderniseringsbedrijf verschillende technische oplossingen kan voorstellen om de vastgestelde risico’s te verhelpen en rekening te houden met het historische karakter van de lift. Zo is er de methode Kinney, die rekening houdt met de erfgoedwaarde van de lift in verhouding tot de veiligheidseisen. Deze methode geeft een enorme meerwaarde aan het streven naar behoud van erfgoedwaarde in combinatie met de gestelde veiligheidseisen. Het is echter voor eigenaars zeer moeilijk om een risicoanalyse volgens de Kinney-methode te verkrijgen. De meeste EDTC’s willen niet volgens deze methode werken.

Daarnaast kunnen de meeste liftenconstructeurs geen oplossingen op maat leveren, wat altijd het geval is bij modernisering van historische liften (en niet bij het plaatsen van een nieuwe standaard lift) of vragen ze hiervoor zeer hoge prijzen. Het blijft in de praktijk dus een moeilijk verhaal.

Annelies Storms
Schepen van Cultuur, Toerisme en Evenementen